Gemeenten zitten met de handen in het haar. De Polen zijn onmisbaar voor de economie. Maar ze moeten goed worden gehuisvest, terwijl er woningnood is.
Het is overduidelijk dat de bollenteelt niet meer zonder de arbeidskrachten uit Oost-Europa kan. Er zijn bijna geen Nederlanders meer die dit werk doen, schetst CDA-wethouder Jan Kippers (wonen en openbare werken) in Lisse. Vroeger zat hier iedereen in de bollen, iedere scholier pelde. Dat doen nu de Polen en andere Oost-Europese seizoenswerkers.
Dat geldt niet alleen voor de bollenstreek, ook veilingen in Aalsmeer en het Westland en champignonkwekers in Limburg drijven op deze arbeidskrachten. Op al deze plaatsen kampen bestuurders en de goeie werkgevers met hetzelfde probleem: hoe regelen we voor hen fatsoenlijke huisvesting, die niet te veel kost. Met lede ogen zien de gemeenten hoe woonhuizen worden opgekocht of gehuurd om Polen onder te brengen. Huisjesmelkers in grotere steden en werkgevers proberen er een slaatje uit te slaan. Hoe kan je mensen tewerkstellen voor minder dan 15 euro per uur en dan ook nog fatsoenlijk huisvesten en vervoer verzorgen, vraagt directeur/mede-eigenaar van uitzendbureau Hagrip Hans Pennewaard zich af. Hij kwam in Rotterdam beroerde situaties tegen. Opdrachtgevers zouden de vinger aan de pols moeten houden bij uitzendbureaus om het uitwringen van Polen tegen te gaan. Laat ze gaan kijken hoe de mensen wonen.
Het geeft ook wrijvingen, zeker in de gemeenten waar ze toch al moeten knokken om jonge starters huisvesting te bieden, en het grote moeite kost jaarlijks een handjevol nieuwbouwwoningen neer te zetten. Dat staat los van spanningen en overlast omdat te veel mensen in deze huizen bivakkeren. Gemeenten ervaren dat dit eerder regel is dan uitzondering. Niet altijd is aan te tonen dat regels worden overtreden omdat onbekend is hoeveel mensen er precies wonen. Het deert eigenaren bovendien nauwelijks als ze boetes krijgen. Dat duidt erop dat er een grote markt is, zegt Kippers. Als je als uitzendonderneming 600 Oost-Europeanen aan het werk hebt en conform de regels mag je er zes per woning huisvesten, dan heb je 100 woningen nodig. Waar haal je die vandaan, schetst de wethouder.
Gemeenten lopen ook tegen wantoestanden aan. Dit jaar werd in Lisse in een loods een slaapzaal voor 26 seizoenswerkers aangetroffen. Ze grijpen in, maar het geeft een dilemma en een neiging om situaties te gedogen. Want wat gebeurt er met de mensen? Kippers: We hebben geen aanwijzingen dat ze vertrekken Wie zijn de dupe? In de eerste plaats die Poolse werknemers en dan toch ook de samenleving. Je dweilt met de kraan open. Mensen schurken tegen de grenzen aan, daarom moeten we naar een oplossing kijken.
Die oplossing lijken ze gevonden te hebben in het zuiden des lands. Directeur Geert Verdellen, directeur van champignonbedrijf PrimeChamp met acht vestigingen in Noord-Limburg, heeft het initiatief genomen in Horst een soort dorpje voor zijn 300 tot 400 Oost-Europese medewerkers te bouwen. De gemeente en provincie willen volgens hem de proef steunen, die naar hij hoopt na de zomer kan beginnen. Nu wonen de seizoenswerkers, die voor twee tot vier maanden komen en elkaar afwisselen, verspreid over woonhuizen, boerderijen en in chalets op de minicamping die hij wil uitbouwen. Als ze op 1 locatie verblijven, kunnen we ze beter begeleiden. Ze zijn 1000 kilometer van huis, werken hard en als ze dan eens een dagje vrij zijn, kunnen we ze daar ook wat recreatie bieden.
Maar niet iedereen is gecharmeerd van dit soort massale huisvesting en er zijn al diverse soortgelijke plannen afgeketst. Pennewaard van uitzendbureau Hagrip is faliekant tegen. Het heeft geen menselijke maat, reageert hij op voorstellen in Aalsmeer om voor 500 Polen een flexhotel neer te zetten. Als je mensen zo op elkaar pakt ontstaan er spanningen, onderling en met omwonenden. Hoe moet het met de integratie van Polen die in Nederland blijven? Je krijgt een situatie als met de Turken en Marokkanen.
COA biedt onderdak aan kenniswerkers
Sinds 1 mei zijn de grenzen voor Oost-Europeanen behalve Bulgaren en Roemenen volledig open. Ze hebben geen tewerkstellingsvergunning meer nodig. Daarmee is ook de wettelijke plicht voor werkgevers om hun tijdelijke werknemers aan goede huisvesting te helpen vervallen. Ze hebben alleen een morele plicht, vastgelegd in afspraken tussen de Arbeidsinspectie en sociale partners. Het ligt nu bij gemeenten om dit in goede banen te leiden.
Zij krijgen steun van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), bleek gisteren. Het COA wil nog dit jaar tegen betaling onderdak gaan bieden aan buitenlanders die tijdelijk in Nederland komen werken.
Algemeen directeur Nurten Albayrak-Temur: Het zou mooi zijn als we eind dit jaar een man of vijftig uit de doelgroep kunnen huisvesten. Ik heb geen ambitie om een woningcorporatie te worden, maar ik kan wel snel en flexibel een tijdelijke oplossing bieden voor mensen die onderdak nodig hebben.
Door een daling in de instroom van asielzoekers de afgelopen jaren, is daarvoor ruimte ontstaan.
Bron: Trouw, Wilma van Meteren

