Belangrijke stap op weg naar vrij verkeer werknemers
Op 1 mei is een belangrijke stap gezet op weg naar de vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt voor werknemers uit de nieuwe Midden- en Oost-Europese EU-lidstaten.
Per sector gaan we vanaf die datum na of zij hier makkelijker kunnen komen werken, in de aanloop naar volledig open grenzen op 1 januari in 2007. Tegelijkertijd werk ik hard aan maatregelen om te voorkomen dat Nederlandse werknemers straks worden weggeconcurreerd door goedkope arbeidskrachten uit de nieuwe EU-landen.
Werknemers uit Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenie, Slowakije en Tsjechie mogen hier tot nog toe alleen werken als niemand uit Nederland of een van de oude EU-lidstaten voor het werk beschikbaar is. Ik ga nu, na werkgevers en werknemers te hebben geconsulteerd, na waar deze arbeidsmarkttoets snel kan vervallen. Tot 1 januari aanstaande wordt dan alleen nog gecontroleerd of een werknemer volgens de hier geldende regels wordt beloond en gehuisvest.
Overigens verwacht ik dat maar een beperkte groep mensen vanuit de nieuwe lidstaten in Nederland komt werken. Schattingen geven aan dat het om 53.000 tot 63.000 werknemers gaat. Dat zijn er ongeveer 23.500 tot 33.500 meer dan er nu al komen. De grootste groep bestaat uit seizoenarbeiders, vooral mensen uit Polen. Samen zouden alle nieuwe werknemers ongeveer een half procent van al het werk in ons land verrichten.
Een groot voordeel van het openstellen van de grenzen is de aanzienlijke daling van de administratieve lasten voor bedrijven. Zij hoeven vanaf 1 januari immers geen vergunningen voor deze werknemers meer aan te vragen.
Ik ben mij bewust van de zorgen bij veel mensen om hun baan te verliezen als de grenzen helemaal open gaan. Toch is de kans dat iemand dat overkomt redelijk beperkt. In landen als Ierland, Groot-Brittannie en Zweden waar al vrij verkeer is, komt dit niet of nauwelijks voor. En in Nederland doen seizoenarbeiders uit de nieuwe EU-landen vaak werk waar hier te weinig mensen voor te vinden zijn. Van verdringing is dan volgens mij geen sprake: de oogst moet immers toch worden binnengehaald. En als dat niet lukt met Nederlandse werknemers dan zijn mensen van buiten hard nodig.
Hoewel de kans dat mensen hun baan kwijtraken aan werknemers uit de nieuwe lidstaten dus niet groot is, neem ik toch maatregelen om dat risico zo ver mogelijk terug te dringen. Daarbij is het allerbelangrijkst dat er geen oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt ontstaat. Met andere woorden: een Poolse werknemer mag niet goedkoper zijn dan een Nederlandse. Werknemers uit de nieuwe lidstaten moeten hetzelfde worden behandeld en beloond als werknemers uit Nederland. Dat gaat de Arbeidsinspectie controleren. Zo krijgen werkgevers die zich niet aan het minimumloon houden direct een boete van de Arbeidsinspectie. Daarnaast kan de benadeelde werknemer of de vakbond het te weinig betaalde loon via de rechter alsnog opeisen. De Arbeidsinspectie zal betrokken werknemers en vakbonden op de hoogte brengen van overtredingen van de Wet op het minimumloon en het hen zo mogelijk maken naar de rechter te stappen. Door het doorgeven van de informatie kunnen vakbonden ook gerichter de naleving van de CAO afdwingen.
Verder gaan Belastingdienst en Arbeidsinspectie nauwer samenwerken bij de aanpak van illegale arbeid, zwart werk en buitenlandse werknemers die zich ten onrechte voordoen als zelfstandige zonder personeel, om zo het wettelijk minimumloon te ontduiken. In een aantal sectoren, zoals de uitzendbranche en het beroepsgoederenvervoer, hebben de sociale partners voor handhaving van de CAO een speciale stichting opgericht. Ik wil nagaan hoe door samenwerking met de Arbeidsinspectie juist in deze hoge risicosectoren de controle op de naleving van de regels kan worden ondersteund. Om fraude met loonbelasting en sociale premies tegen te gaan, worden afspraken gemaakt voor een goede uitwisseling van gegevens tussen de verantwoordelijke instanties in Nederland en de andere landen van de EU.
Met onder meer deze maatregelen kunnen we zwart werk, onderbetaling en uitbuiting van werknemers uit de nieuwe EU-lidstaten tegengaan. Zo bestrijden we de oneerlijke concurrentie met Nederlandse werknemers. Dat betekent dat zij niet langer het risico lopen hun baan kwijt te raken aan een goedkopere werknemer uit bijvoorbeeld Polen. Het betekent ook dat de Poolse werknemer voortaan volgens de Nederlandse regels wordt behandeld. En de bonafide ondernemer wordt niet meer oneerlijk beconcurreerd door een malafide collega die de regels ontduikt en daardoor minder kosten heeft. Kortom: open grenzen met goede aanvullende maatregelen leveren veel winst op.
Henk van Hoof
staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bron: Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid

